Beveiligingswerkers, elektriciens en bouwarbeiders lopen grootste risico op arbeidsongevallen

Den Haag, 12 augustus 2025 – In 2024 had 2,4% van alle Nederlandse werknemers te maken met een arbeidsongeval, blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en TNO. Bij 1,2% van de werknemers leidde het ongeval tot minimaal één dag verzuim, en bij bijna 1% tot vier dagen of meer.

De gegevens laten grote verschillen zien tussen beroepsgroepen:

  • Elektriciens en elektronicamonteurs hadden het hoogste percentage arbeidsongevallen: 7,1%, waarvan 3,9% leidde tot verzuim van minimaal een dag.
  • Beveiligingswerkers volgden met 6,4% betrokken bij een ongeval, waarvan 3,0% met verzuim.
  • Metaalarbeiders en machinemonteurs (5,6%) en bouwarbeiders (4,7%) behoorden eveneens tot de hoogrisicogroepen.

Ook in de landbouw (4,8% bij tuinders, akkerbouwers en veetelers) en transportsector (4,2% bij bestuurders voertuigen en machinisten) komen relatief veel arbeidsongevallen voor.

Lichamelijk letsel meest voorkomend

In totaal had 1,5% van de werknemers lichamelijk letsel door het meest recente ongeval, terwijl 0,5% geestelijk letsel meldde. Letsel kwam het vaakst voor bij beroepen met fysieke arbeid, zoals elektriciens (5,1%) en bouwarbeiders (4,3%).

Verschillen per beroepsniveau

Het CBS deelt beroepen in op vier beroepsniveaus volgens de internationale ISCO-2008-classificatie:

  • Beroepsniveau 1: Elementaire beroepen waarvoor geen of weinig formele opleiding vereist is, zoals schoonmakers, hulpkrachten en eenvoudige productiewerkers.
  • Beroepsniveau 2: Middelbaar geschoolde vaklieden, machinebedieners en dienstverlenende beroepen, vaak met mbo-niveau, zoals vrachtwagenchauffeurs, verzorgenden en administratief personeel.
  • Beroepsniveau 3: Hoger technisch of administratief werk, vaak met mbo+/hbo-niveau, zoals technici, verpleegkundigen en teamleiders.
  • Beroepsniveau 4: Hoogopgeleide specialisten en managers, vaak met hbo/wo-niveau, zoals artsen, docenten en beleidsadviseurs.

Werknemers op beroepsniveau 4 kenden met 1,1% het laagste aantal arbeidsongevallen. Ter vergelijking: bij beroepsniveau 2 lag dit op 3,3%.

Veiligheid op de werkvloer

De cijfers benadrukken het belang van preventie en veiligheidsmaatregelen, met name in sectoren met fysieke risico’s. Voor beroepen met veel contact met publiek of fysieke confrontaties, zoals beveiligingswerk, blijft ook het psychische aspect van ongevallen aandacht vragen.

Voor werknemers in loondienst is een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) niet verplicht en meestal ook niet nodig, omdat ze automatisch onder de WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) vallen. Een AOV is vooral relevant voor zelfstandigen (zzp’ers) en ondernemers, omdat zij geen WIA-recht hebben en bij ziekte of een ongeval zelf voor hun inkomen moeten zorgen. Hier meer informatie over AOV verzekeringen voor ZZP’ers

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) / TNO – Arbeidsongevallen werknemers; beroep, 2024